Regelement beheer Kerkhoven – Augustinus

REGELEMENT VOOR HET BEHEER VAN DE KERKHOVEN

Parochie H. Augustinus

Locaties:

Kerkstraat 72, 2223 AH Katwijk
Rhijngeesterstraatweg 35, 2341 BR Oegstgeest
Leidseweg 98, 2251 LG Voorschoten
“In Loco Pascuae”, Stoeplaan 2, 2243 CZ Wassenaar
Kerkstraat 77, 2242 HE Wassenaar

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 7 januari 2015
en goedgekeurd door de bisschop van Rotterdam d.d. 5 februari 2015
(nr. BM 2015-558) en van toepassing verklaard met ingang van 1 mei 2015.

Contact:
Centraal secretariaat, Wassenaar, 06-10756565
Kerkstraat 72, Katwijk, 071-4029402
Rhijngeesterstraatweg 35, Oegstgeest, 071-5175304
Leidseweg 98, Voorschoten
“In Loco Pascuae”, Stoeplaan 2, Wassenaar, 070-5178278
Kerkstraat 77, Wassenaar, 070-5118133

 

 Inhoud Artikel nummer
 
I Algemene bepalingen
Begripsaanduidingen 1
Bestuur 2
Beheerder/beheercommissie 3
Regeling vóór een begraving 4
Bevordering van natuurlijke ontbinding 4a
De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus 5
Werkzaamheden op het kerkhof 6
Bezoekers 7
Administratie 8
II Het vestigen van het grafrecht
Schriftelijke overeenkomst 9
Uitgifte van graven 10
Recht op een particulier (urnen-)graf 11
Recht op algemeen  (urnen-)graf 12
Adres rechthebbende en gebruiker 13
Overlijden rechthebbende en gebruiker 14
Overdracht grafrecht 15
Weigering tot begraving of bijzetting 16
Ontbindende voorwaarden grafrechten 17
III Het verlengen van grafrechten  
Schriftelijke informeren van de rechthebbende

18

Verzoek rechthebbende

19

Voorwaarden voor verlenging

20

Verlenging bij bijzetting

21

Algemene (urnen-)graven

22

IV Einde van de grafrechten
Vervallen van de grafrechten 23
V Indeling van het kerkhof en onderscheid van de graven
Indeling door bestuur 24
Soorten van graven 25
Familiegraven 26
Dubbbele graven 27
Kindergraven 28
Algemene graven 29
Particulier urnengraf 30
Priestergraven 31
Ossuarium 32
Algemeen urnengraf 33
Grafkelders 34
VI Asbussen
Bewaring van asbussen 35
Recht op het bewaren van een asbus 36
Ruiming van asbussen 37
VII Graftekens en grafbeplanting
Vergunning

38

Risico schade aan graftekens

39

Onderhoud graftekens en grafbeplanting

40

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende en gebruiker

41

Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder

42

Verwijdering graftekens na einde grafrecht

43

VIII Tarieven en onderhoud  
Tarieven 44
Algemeen onderhoud 45
Beperking onderhoudsverplichting 46
Ruiming van graven en asbussen 47
IX Overgangsbepaling
Overgangsbepaling

48

X Slotbepaling
Sluiting van een kerkhof 49
Klachten 50
Onvoorzien 51
Vervallenverklaring eerdere reglementen 52
Wijziging reglement 53
Bijlage artikel 48  
  Overgangsbepaling artikel 48

 

I Algemene Bepalingen

Begripsaanduidingen
Artikel 1
In dit Reglement wordt verstaan onder:
a. Bestuur: het parochiebestuur als vertegenwoordiger van de rechtspersoon parochie H. Augustinus te Oegstgeest, eigenaresse van de kerkhoven.
b. Kerkhof: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen en voor het begraven of bijzetten van asbussen van overledenen, gelegen aan de Kerkstraat te Katwijk, de Rhijngeesterstraatweg te Oegstgeest, de Leidseweg te Voorschoten, de Stoeplaan te Wassenaar en de Kerkstraat te Wassenaar.
c. Beheerder (beheercommissie): degene(n) die door het bestuur is (zijn) belast met de dagelijkse leiding en het beheer van het kerkhof.
d. Particulier (urnen-)graf: een ruimte op het kerkhof, bestemd voor het begraven van een of meer overledenen en/of hun asbussen, waarvan het uitsluitend recht voor de duur van minimaal 20 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.
e. Ossuarium: een afgesloten ruimte(kelder), waar ingeval van opheffing van een graf de stoffelijke resten van een overledene in een kistje kunnen worden bewaard en waarvan het uitsluitend recht voor de duur van minimaal 50 jaar wordt verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd. Op de kelder bevindt zich een gedenkmuur.
f. Rechthebbende: de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een particulier (urnen-)graf is verleend.
g. Algemeen (urnen-)graf: een ruimte op het kerkhof, bestemd voor het begraven van meerdere overledenen, die geen verwanten van elkaar behoeven te zijn of van hun asbussen, waarvan het recht op medegebruik voor de duur van minimaal 10 jaar is verleend aan gebruikers volgens de voorwaarden van dit reglement.
h. Gebruiker: de meerderjarige persoon aan wie een recht op medegebruik in een algemeen (urnen-)graf is verleend.
i. Grafrecht: het recht op een particulier (urnen-) graf voor tenminste 20 jaar; het recht op bewaring van een asbus in de urnenbewaarplaats voor tenminste 20 jaar, alsmede het recht op medegebruik in een algemeen graf voor tenminste 10 jaar en het recht op medegebruik in een algemeen urnengraf voor tenminste 10 jaar.
j. Bijzetting:
1. het begraven van een overledene in een graf;
2. het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven;
3. het begraven van een asbus/urn in een graf waarin reeds een overledene of een asbus/urn is begraven;
4. het plaatsen van een asbus/urn in een urnenbewaarplaats of columbarium;
5. het plaatsen van een kistje met de stoffelijke resten van een overledene in het ossuarium.
k. Asbus: hermetisch afgesloten koker met de as van de overledene.
l. Urn: voorwerp waarin een of meer asbussen zijn opgeborgen. De bepalingen voor asbussen in dit Reglement gelden ook voor urnen.
m. Urnenbewaarplaats of columbarium: voorziening op het kerkhof waarin asbussen of urnen in een afgesloten ruimte worden opgeborgen.
n. Strooiveld: terrein dat bestemd is om as te verstrooien.
o. Grafakte: de overeenkomst waarin in overeenstemming met de bepalingen van dit reglement door of namens het bestuur een grafrecht is verleend

Bestuur
Artikel 2
Het bestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland en terzake van het beheer van het kerkhof bovendien aan dit Reglement.

Beheerder / beheercommissie
Artikel 3
De beheerder of de beheercommissie is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van het kerkhof en bevoegd om namens het bestuur grafrechten te verlenen.
De beheerder / beheercommissie kan haar taken geheel of gedeeltelijk laten uitvoeren door een of meerdere andere personen of rechtspersonen.

Regelingen vóór een begraving
Artikel 4
1. Voor een begraving of een bijzetting dient aan de beheerder het verlof tot begraving of de bereidverklaring tot het bezorgen van de as beschikbaar te worden gesteld.
2. De voor de begraving en bewaring van een asbus noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving of bewaring van een asbus voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende of de gebruiker moeten vóór de begraving c.q. bewaring aan de beheerder worden overhandigd dan wel in origineel ter kopiering wordt overlegd.

Bevorderen van natuurlijke ontbinding
Artikel 4a
1. Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.
2. Bij de begraving van een overledene is het niet toegestaan deze van een lijkhoes dan wel van een lijkomhulsel te voorzien, welke niet voldoet aan het Lijkomhulselbesluit 1998 en alle overige wettelijk voorgeschreven vereisten ten behoeve van de bevordering van de lijkvertering en eventuele andere met deze regelgeving samenhangende doeleinden.
De rechthebbende of gebruiker heeft er zorg voor te dragen dat hijzelf dan wel de bij de lijkbezorging betrokken uitvaartverzorger hiervoor afdoende maatregelen neemt en desgewenst op verzoek van de beheerder een daartoe strekkende verklaring afgeeft.
3. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.
4. De rechthebbende of de gebruiker is verantwoordelijk voor het naleven van de onder lid 1 t/m 3 vermelde voorschriften. Eventuele schade en /of kosten tengevolge van niet-naleving van deze voorschriften zullen op de rechthebbende of de gebruiker worden verhaald.

De begraving van een overledene en de bewaring van een asbus
Artikel 5
1. Een begraving of de bewaring van een asbus geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder.
Het kerkhof is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan, uitsluitend voor mindervalide personen, uitzondering toestaan.
2. De kist, dan wel het omhulsel en de asbus moeten zijn voorzien van een registratienummer, welk registratienummer moet worden opgenomen in het register van de overledenen.

Werkzaamheden op het kerkhof
Artikel 6
1. Het delven en dichten van graven, het openen van een graf, het opdelven van stoffelijke resten en het bijzetten van asbussen geschieden uitsluitend door het personeel van het kerkhof of, in opdracht van het bestuur, door derden.
2. Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden of de gebruikers zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat het kerkhof daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.
3. Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de kerk, de aula of de kapel. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden of gebruikers, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.
4. Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzingen van de beheerder.
5. Verstrooiing van de as uit asbussen ,niet zijnde in het kader van een ruiming van een asbus, geschiedt na voorafgaande toestemming van de beheerder door de nabestaanden.

Bezoekers
Artikel 7
Het bestuur bepaalt de tijden, waarop het kerkhof voor bezoekers toegankelijk is. Het kerkhof is voor auto’s en voor fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. De beheerder kan voor mindervaliden uitzondering toestaan. Honden worden op het kerkhof niet toegelaten, met uitzondering van blindegeleide en hulphonden(zie bijlage) Bezoekers wordt verzocht luidruchtigheid te vermijden. Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijke toestemming zijn verkregen van het bestuur.

Administratie
Artikel 8
1. Het bestuur is verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van het kerkhof. De administratie bevat in ieder geval het wettelijk verplichte register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op het kerkhof waar zij begraven zijn, alsmede een dergelijk register van de bewaarde asbussen. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden en gebruikers worden geregistreerd.
2. Het boekjaar van het kerkhof loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar, worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten, verleend in het tweede halfjaar, worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

Inhoud

II Het vestigen van het grafrecht

Schriftelijke overeenkomst
Artikel 9
1. Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met de rechthebbende of gebruiker en het bestuur, genaamd grafakte.
2. Op het bij de parochiekern behorende kerkhof kunnen begraven worden:
– zij die als parochiaan staan ingeschreven bij de parochiekern en zij die met een parochiaan gehuwd waren of zij die met de parochiaan duurzaam een huishouden vormden;
– bloedverwanten van parochianen tot en met de vierde graad en (niet-inwonende) pleeg- of stiefkinderen van parochianen;
– oud-parochianen die in een instelling voor gezondheidszorg verblijven en die voorheen tot de parochie behoorden.
3. Het bestuur kan van lid 2 in uitzonderlijke gevallen afwijken en toestaan dat anderen op het kerkhof worden begraven.
4. Bij afwezigheid van een eigen kerkhof bij de parochiekern St. Jozef te Wassenaar wordt het kerkhof gelegen aan de Kerkstraat 77, 2242 HE Wassenaar behorend bij de parochiekern H. Willibrordus aangemerkt als behorend bij de parochiekern St. Jozef.

Uitgifte van graven
Artikel 10
De graven van een gravenveld worden in volgorde, door de beheerder te bepalen, uitgegeven (zie bijlage)

Recht op particulier (urnen-)graf
Artikel 11
Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht verlenen om voor tenminste twintig jaar gebruik te maken van een bepaalde (urnen-) grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot of partner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 42 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden vastgelegd dat het graf (artikel 45) kan worden geruimd wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

Recht op algemeen (urnen-)graf
Artikel 12
Het bestuur kan aan één meerderjarig persoon het recht verlenen om voor tenminste tien jaren gebruik te maken van een plaats in een (urnen-) grafruimte, bestemd voor meerdere overledenen. Dit gedeelde recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld, of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 42 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden vastgelegd dat het (urnen-)graf (artikel 45) kan worden geruimd, wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

Adres rechthebbende en gebruiker
Artikel 13
De rechthebbende en de gebruiker zijn verplicht hun adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van hun adres.

Overlijden rechthebbende en gebruiker
Artikel 14
1. Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende of de gebruiker dient het grafrecht na een daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, de partner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind overeenkomstig artikel 15.
2. Indien de rechthebbende is overleden en in het graf dient te worden begraven of zijn asbus dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.

Overdracht grafrecht
Artikel 15
1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht, met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.
2. Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, partner, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of een pleeg- of stiefkind van de rechthebbende of gebruiker is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.
3. Een rechthebbende of gebruiker kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te geschieden aan het bestuur.

Weigering tot begraving of bijzetting
Artikel 16
Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een dubbel graf, een familiegraf of een algemeen (urnen-)graf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van het kerkhof toe te staan.

Ontbindende voorwaarden grafrechten
Artikel 17
Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, tot het kerkhof blijft behoren en voor de tijd dat het kerkhof in exploitatie blijft.
Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) het kerkhof of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van het kerkhof.

Inhoud

III Het verlengen van grafrechten
Schriftelijk informeren van de rechthebbende
Artikel 18
1. Het bestuur zal uiterlijk één jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van tien jaar.
2. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling om verlenging van de termijn van het grafrecht is verzocht dan zal van het aflopen van de termijn door een zichtbare mededeling melding worden gemaakt bij het graf en bij de ingang van het kerkhof. De mededeling blijft gedurende één jaar aanwezig maar tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.

Verzoek rechthebbende
Artikel 19
1. Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van tien jaren.
2. Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich daartegen verzetten.

Voorwaarden voor verlenging
Artikel 20
De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.

Verlenging bij bijzetting
Artikel 21
Wanneer in een particulier (urnen-)graf, bestemd tot het begraven van meerdere overledenen of hun asbussen een bijzetting plaats vindt, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd met een periode van 10 jaar, indien de lopende termijn van het grafrecht wordt overschreden door de wettelijke minimum-grafrusttermijn van 10 jaar van degene die wordt bijgezet. Het nog niet verstreken gedeelte van de lopende termijn wordt met de verlenging verrekend. De verlengde periode is te rekenen vanaf de datum van bijzetting.

Algemene (urnen-)graven
Artikel 22
1. Het recht van een gebruiker in een algemeen (urnen-)graf kan niet worden verlengd.
2. Ten minste zes en ten hoogste twaalf maanden vóór het verstrijken van de termijn van een algemeen (urnen)graf doet het bestuur daarvan schriftelijk
mededeling aan de gebruiker, wiens adres bij hem bekend is.

Inhoud

IV Einde van de grafrechten

Vervallen van de grafrechten
Artikel 23
De grafrechten vervallen:
a. door het verlopen van de gestelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 18;
b. indien de tarieven overeenkomstig artikel 42 van dit reglement niet binnen één jaar na het vestigen of het verlengen van het grafrecht zijn betaald.
c. indien een terreingedeelte, waarin zich de (urnen-)graven bevinden, aan de bestemming van het kerkhof wordt onttrokken of wanneer het kerkhof niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 17;
d. indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 18 bij het graf en bij de ingang van het kerkhof zichtbaar vermeld is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.
e. indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 38;
f. indien de rechthebbende of een gebruiker bij onderhandse en ondertekende verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.

Inhoud

V Indeling van het kerkhof en onderscheid van de graven

Indeling door bestuur
Artikel 24
Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van het kerkhof, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in (urnen-) graven vast te stellen en te wijzigen.

Soorten van graven (zie bijlage)
Artikel 25
1. Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik, respectievelijk medegebruik van:
a. een particulier familiegraf.
b. een particulier dubbel graf.
c. een particulier kindergraf of een particulier graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht
d. een grafplaats in een algemeen graf..
e. een particulier urnengraf in een urnengravenveld of in een urnenmuur.
f. een grafplaats in een algemeen urnengraf in een urnengravenveld of in een urnenmuur.
g. priestergraf
h. ossuarium
2. De modellen graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 36.

Familiegraven
Artikel 26
Een familiegraf is bestemd voor het begraven van maximaal vier overledenen en/of maximaal vijf asbussen/urnen. Er mogen niet meer dan drie overledenen boven elkaar worden begraven. In keldergraven mogen max. 4 overledenen boven elkaar worden begraven.
Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een familiegraf mogen worden begraven of bijgezet.

Dubbele graven
Artikel 27
Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen, dan wel één overledene en één asbus/urn. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een dubbel graf mogen worden begraven of bijgezet.
Kindergraven
Artikel 28
In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degene aanwijzen die na overlijden in een kindergraf wordt begraven.

Algemene graven
Artikel 29
In een algemeen graf wordt een door het bestuur vast te stellen aantal overledenen begraven. Er mogen niet meer dan drie overledenen boven elkaar worden begraven. In algemene keldergraven mogen max. 4 overledenen boven elkaar worden begraven.

Particulier urnengraf
Artikel 30
In een particulier urnengraf kunnen een of twee asbussen worden begraven.

Priestergraven
Artikel 31
1. Priestergraven op de kerkhoven van de parochie H. Augustinus zijn bestemd voor het bijzetten van de stoffelijke overschotten van priesters die komen te overlijden tijdens hun dienstambt bij de parochie H. Augustinus of van priesters die voor het laatst vóór hun emeritaat werkzaam waren bij deze parochie. Het bestuur van de parochie H. Augustinus draagt zorg voor de bijzetting en draagt de kosten hiervan.
Voor het bijzetten van de stoffelijke overschotten van de overige priesters, zulks ter beoordeling van het parochiebestuur, wordt overleg gepleegd met de bisschop of de verantwoordelijke kerkelijke overste.
In alle gevallen wordt rekening gehouden met wat de betreffende (emeritus)priester zelf heeft geregeld.
2. De beheercommissie van de betreffende parochiekern waar een priestergraf zich bevindt heeft de zorg voor dat priestergraf.

Ossuarium
Artikel 32
Op het kerkhof ‘In Loco Pascuae’, gelegen bij de kerk De Goede Herder, Stoeplaan 2, 2243 CZ Wassenaar, bevindt zich een ossuarium. In dit ossuarium kunnen de stoffelijke resten van een overledene, ingeval van opheffing van het graf waarin de overledene begraven was, in een afgesloten kistje voorzien van een naamplaatje en een nummer bijgezet worden. Tevens wordt op de gedenkmuur de naam van de overledene vermeld.
Het ossuarium is een afgesloten kelder en uitsluitend toegankelijk voor de gemachtigd beheerder van het kerkhof, die met de bijzetting en het onderhoud is belast.
De artikelen van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing op degenen die een recht willen vestigen op het bijzetten van een kistje met stoffelijke resten in het ossuarium. Het grafrecht wordt gevestigd voor 50 jaar, waarna verlenging mogelijk is.

Algemeen urnengraf
Artikel 33
In een algemeen urnengraf wordt een door het bestuur te bepalen aantal asbussen begraven.

Grafkelders
Artikel 34
Grafkelders worden uitsluitend toegelaten op de gravenvelden, als zodanig aangegeven in de Voorschriften op grond van artikel 36 en qua constructie in overeenstemming met deze Voorschriften. Vóór het aanbrengen van een grafteken dient een waarborgsom te worden gestort overeenkomstig de tarieven als bedoeld in artikel 42.

Inhoud

VI Asbussen

Bewaring van asbussen
Artikel 35
Asbussen kunnen op het kerkhof bewaard worden door bijzetting:
a. in een particulier familiegraf of een particulier dubbel graf;
b. in een particulier urnengraf dat deel uit maakt van een urnengravenveld
c. in de urnenbewaarplaats van het kerkhof;
d. in een algemeen urnengraf.

Recht op het bewaren van een asbus
Artikel 36
De artikelen 9 t/m 17 zijn van overeenkomstige toepassing voor degenen die een recht willen vestigen op het bewaren van een asbus op het kerkhof op een van de in artikel 33 genoemde wijzen.

Ruiming van asbussen
Artikel 37
1. Ruiming door het bestuur van een asbus na het vervallen van het recht op bewaren van de asbus geschiedt door verstrooiing van de as op een strooiveld.
2. Verstrooiing van as na de crematie, na het verstrijken van de wettelijke termijn, geschiedt op het strooiveld door personeel van het kerkhof of, na voorafgaande toestemming van de beheerder, door de nabestaande of een door deze aangewezen derde.

VII Graftekens en grafbeplanting

Vergunning
Artikel 38
Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden en gebruikers vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op particuliere graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de ‘Voorschriften voor het toelaten van graftekens, grafbeplantingen en grafkelders’ behorende tot dit reglement (zie bijlage) en die door het bestuur zijn vastgesteld. Deze Voorschriften worden op verzoek door de beheerder aan iedere belanghebbende verstrekt. Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende of gebruiker worden verwijderd.

Risico schade aan graftekens
Artikel 39
1. Gedurende de termijn van het grafrecht blijven de graftekens en de grafbeplanting eigendom van de rechthebbende of de gebruiker. Het bestuur aanvaardt deze graftekens en grafbeplanting niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende of de gebruiker verantwoordelijk is voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud en de reiniging, met inachtneming van het bepaalde in artikel 38.
2. Schade aan graftekens ontstaan door storm en vandalisme wordt door het bestuur uitsluitend vergoed voor zover deze risico’s door een verzekeringsovereenkomst van het bestuur zijn gedekt.
3. Schade veroorzaakt door op het kerkhof uitgevoerde werkzaamheden door personeel van het kerkhof wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de desbetreffende verzekeringsovereenkomst van het bestuur worden gedekt

Onderhoud graftekens en grafbeplanting
Artikel 40
1. De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden onderhouden en gereinigd door de rechthebbenden en de gebruikers. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.
2. In geval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het bestuur, voor zover de plicht tot onderhoud niet bij hem ligt, deze verwaarlozing vastleggen in een schriftelijke verklaring, die het toezendt aan de rechthebbende, die binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.
3. Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, niet bevestigd wordt, maakt het bestuur de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van het kerkhof, gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
4. Indien toepassing is gegeven aan het tweede of derde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het tweede respectievelijk derde lid, is verstreken.
5. Indien het recht op het graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het derde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstreken.

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende en gebruiker
Artikel 41
Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende of de gebruiker. Wanneer een verwijderd grafteken zich op het kerkhof bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van het kerkhof te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende of de gebruiker.

Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder
Artikel 42
1. Indien het vanwege het beheer van het kerkhof naar het oordeel van de beheerder nodig is kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende of een gebruiker op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende of gebruiker wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.
2. Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

Verwijdering graftekens na einde grafrecht
Artikel 43
Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende of de gebruiker van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende of gebruiker geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding hiervoor jegens de rechthebbende of de gebruiker verschuldigd is. Het voorgaande is niet van toepassing op de afdekplaten van de urnenbewaarplaats en de zerken van de gemetselde keldergraven.

Inhoud

VIII Tarieven en onderhoud

Tarieven
Artikel 44
1. Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan worden tarieven geheven. Deze zijn als volgt samengesteld:
a. een bedrag voor de werkzaamheden aan het (urnen-) graf en het ossuarium in het kader van een begraving of een bijzetting;
b. een bedrag voor het grafrecht;
c. een bedrag ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van het kerkhof, voor de duur van het grafrecht;
d. een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken inclusief fundering en/of de grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.
2. Het bestuur stelt jaarlijkse een afzonderlijke lijst op van de voor de betreffende kerkhoven geldende tarieven.

Algemeen onderhoud
Artikel 45
Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van het kerkhof worden onderhouden. Tot dit onderhoud van het kerkhof behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 37 door de rechthebbende of gebruiker zijn aangebracht.

Beperking onderhoudsverplichting
Artikel 46
Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 43 omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 42 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies en van derden verkregen bedragen. Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van het kerkhof.

Ruiming van graven en asbussen
Artikel 47
Het bestuur heeft het recht de (urnen-)graven en de in de urnenbewaarplaats bewaarde asbussen, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.

Inhoud

IX Overgangsbepaling

Overgangsbepaling
Artikel 48
1. Voor in het verleden verleende grafrechten waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen was, hebben vorige reglementen van de kerkhoven in Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar (Stoeplaan) de termijn gesteld op 20 en 30 jaren na inwerkingtreding van dat reglement (zie bijlage). Het huidige reglement vervangt deze reglementen en gaat uit van het toen bepaalde ten aanzien van de genoemde grafrechten. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 42, lid 1 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
2. Voor in het verleden verleende grafrechten op het kerkhof te Wassenaar (Kerkstraat) waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen is, stelt dit reglement de termijn op 20 jaar na inwerkingtreding van dit reglement. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 42 lid 1 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.
3. Rechthebbenden met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 42 lid 1, sub b.
4. De kindergraven te Voorschoten worden overeenkomstig artikel 28 sinds de inwerkingtreding van het reglement van 1 januari 2009 uitgegeven als particulier graf. De bestaande rechten voor het medegebruik van deze graven worden gehandhaafd tot 31 december 2020.

Inhoud

X Slotbepaling

Sluiting van een kerkhof
Artikel 49
Het bestuur behoudt zich het recht voor het kerkhof voor begravingen en voor het bewaren van asbussen te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd. Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere kerkhof.

Klachten
Artikel 50
Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende het kerkhof bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

Onvoorzien
Artikel 51
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

Vervallenverklaring eerdere reglementen
Artikel 52
Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, het kerkhof betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

Wijziging reglement
Artikel 53
Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van Rotterdam .
Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.
Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van genoemde bisschop.
De rechthebbenden en de gebruikers worden van de wijzigingen in kennis gesteld.
Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 7 januari 2015 en goedgekeurd door de bisschop van Rotterdam d.d. 5 februari 2015 (nr. BM 2015-558) en van toepassing verklaard met ingang van 1 mei 2015.

Inhoud

BIJLAGE ARTIKEL 48

OVERGANGSBEPALING

Termijn van grafrechten waarvan de tijdsduur niet vast te stellen is:

Katwijk: grafrechten lopen tot 2022
Oegstgeest: grafrechten lopen tot 2036
Voorschoten: grafrechten lopen tot 2012
Wassenaar (Stoeplaan): grafrechten lopen tot 2025
Wassenaar (Kerkstraat): grafrechten lopen tot 2032

Na afloop van deze termijn kunnen de grafrechten, voor zover het particuliere graven betreffen, verlengd worden overeenkomstig het bepaalde in het reglement.

Inhoud

Bijlagen De Goede Herder